Onze vorige blog sloten we af met een mechanic die naar onze auto keek. In drie uurtjes is de tank onder de auto vandaan gehaald, werden alle leidingen doorgeblazen en konden we weer verder. Onze volgende plek is Elephant Sands. Een plek om te kamperen met een waterpool recht voor het terras, waar ‘s avonds dan ook een olifant langs komt om te drinken. De eerste olifant die we in zeven weken Afrika zien. Ook de tweede avond komt er een olifant drinken. Na het drinken loopt de olifant vlak langs het kampvuur waar we aan zaten bij het restaurant van de lodge. Op nog geen meter afstand loopt de olifant ons voorbij. Een klein muurtje en stokken in de grond houden de olifant tegen het terrein op te komen, maar het was een erg bijzonder moment. De volgende dag vervolgen we onze weg richting Maun, een stadje waar vandaan veel toeristen hun safari starten. Onderweg komen we nog veel meer olifanten tegen.







Maun en de grootste ‘woestijn’ ter wereld
Maun staat in het teken van werken en garagebezoeken. We willen na de vorige reparatie alles even goed laten checken. Voor de kenners; de U-joints waren al langere tijd niet ingevet waardoor alles niet zo soepel liep. Weer wat geleerd. Het kost ons wat geduld en een paar rekeningen, maar we kunnen weer veilig onze weg vervolgen.
In het weekend dat volgt staat er een trip richting het noordelijke deel van de Kalahari, de CKGR (Central Kalahari Game Reserve) op de planning. De Kalahari is een woestijn/steppe/savanne in zuidelijk Afrika (Botswana, Namibië, Zuid-Afrika). Het gebied is zo’n 900.000 km2 (groter dan bijvoorbeeld Frankrijk en Duitsland samen).
Na zo’n 3,5 uur rijden komen we aan bij Matswere gate. Vanuit daar volgt nog een uur rijden richting onze campsite. Een toegewezen plek waar we mogen overnachten. Er is verder niets of niemand, alleen een bordje dat aangeeft dat je bij de juiste plek bent. Daarnaast is er een gat in de grond voor je behoeftes. Na het inspecteren van de plek gaan we nog een rondje rijden in de omgeving. Aan het eind van de dag of ‘s ochtends vroeg zijn de kansen het grootst om de mooie wilde dieren te kunnen spotten. We zien, op een groep giraffen na, weinig dieren. De natuur om ons heen is prachtig maar ook veel van hetzelfde. Na 5 uur rijden viel het ons toch een beetje tegen (ondanks de mooie plaatjes beseffen we achteraf).







Ongewenst bezoek
Terug bij de campsite maken we nog wat eten en willen we ons klaarmaken om te gaan slapen. Totdat ineens de ene na de andere muis verschijnt. Ze zijn niet bang en zitten in no-time overal om ons heen, vreselijk! We waren vooraf al gewaarschuwd: let op, muizen eten soms de kabels van je auto kapot. Snel alles opruimen en de tent in. Niet heel relaxed al dat gepiep en geknaag buiten. Wild kamperen in een natuurpark, je verwacht uit te moeten kijken voor hyena’s en leeuwen. Helaas zijn het de muizen. We vragen we ons af, is dit waarvoor we zover zijn gereden? We twijfelen zelfs een moment of we onze tweede nacht moeten laten schieten. Na een nacht goede slaap en even lachen om de vraag ‘wat zijn we nou eigenlijk aan het doen?’ kozen we ervoor om de volgende ochtend met zonsopgang onze weg weer te vervolgen naar het oostelijke deel van de CKGR.
De Kalhari leeuw en wild dogs
Na vier uur rijden hebben we opnieuw weinig gezien we vragen ons opnieuw af of het de moeite waard was om hier heen te gaan. Totdat Suzanne, midden op de dag, uit het niets ‘iets’ zag oversteken tussen de struiken. En ja hoor, dé Kalahari-leeuw! Ons geluk kon niet op, wat is het bijzonder om zo’n beest uit het niets en onverwachts tegen te komen. Helemaal alleen, zonder andere (safari) auto’s of aanwijzingen.
De Kalahari-leeuw heeft opvallende lange, zwarte manen. Ze zijn fysiek aangepast aan de extreme droogte, waardoor ze dagenlang zonder water kunnen en overleven op het vocht uit hun prooien.


Na een tijdje laten we de leeuw weer alleen en vervolgen we onze weg naar onze volgende campsite. Een prachtige plek met uitzicht over het uitgestrekte gebied. We drinken een drankje, maken wat eten, genieten van de zonsondergang en gaan zonder muizen om ons heen slapen. Op onze weg terug de volgende dag komen we ook nog wilde honden tegen. Zo was de rit het opeens toch meer dan waard.





Een nieuw geluidje betekent…
Tijdens het rijden horen we op een gegeven moment weer een nieuw ‘geluidje’. Nathan checkt het even en komt erachter dat er iets gebroken is. Niet gek als je bedenkt dat we constant over verschillende soorten wegen rijden en het vaak hobbelen is. We noemen dat hier de ‘African massage’. Op de weg terug, bij de gate, krijgen we hulp van de rangers die het onderdeel goed vastzetten zodat we onze weg naar Maun kunnen vervolgen. Op naar een volgend garagebezoek.
Een dode olifant en interessante gesprekken met Kenny
Vanaf de gate nemen we deze keer een andere weg terug naar Maun, een offroad route over voornamelijk zand. De route loopt langs de grens van het park. We zien veel olifantenpoep op de weg liggen maar komen de dieren zelf niet tegen. Totdat Suzanne weer iets roept waardoor Nathan direct op de rem trapt. “Een dode olifant!!”. We rijden een stukje achteruit en bekijken het. Indrukwekkend om te zien en vragen ons af wat er is gebeurd.

Een half uur later ziet Nathan opeens een man uit de bosjes springen, hij staat te zwaaien. Het blijkt iemand te zijn die al acht uur staat te wachten op een lift. Hij heet Kenny en we nemen hem mee naar zijn dorp een uur verderop. We hebben interessante gesprekken met hem over het gebied en het leven van de boeren in Botswana. Hij legt uit dat de dode olifant twee maanden geleden is doodgeschoten door een van de boeren in het gebied. Erg naar, maar ergens ook wel weer begrijpelijk. De olifanten komen vanuit het gebied, dwars door de ‘hekken’ heen de bewoonde wereld in op zoek naar water. Voor de mensen en hun kudde dieren vormen de olifanten een groot gevaar. Kenny vertelt dat ze de dieren respecteren en hij wordt zelfs enthousiast over hoe mooi olifanten zijn en dat ze ontzettend veel betekenen voor de welvaart van het land. Maar aan de andere kant is er ook de strijd tussen het land van de boeren en de olifanten op zoek naar water.

“In hoeveel fotoalbums zou ik terug te vinden zijn?”
We zijn weer terug in Maun. Een nieuwe werkweek en deze keer op een camping die ook thuis is voor een zebra genaamd Ollie. Tijdens de zebra-migratie komen er groepen zebra’s vanuit de Delta het binnenland in. Ollie is ooit met twee andere zebra’s langs de camping gekomen maar nooit meer wegegaan (zelfs met de campinghekken open).
Als we een stuk willen hardlopen richting het dorp en iemand van de camping vragen om de juiste weg, stelt hij voor een stukje met ons mee te lopen. De vriendelijke man heet ‘Knowledge’, dus hij zal de weg wel weten. We hebben weer hele interessante gesprekken. Over hoe hij vroeger als kind in zijn dorp door witte toeristen op de foto gezet werd. Hij vertelt dat hij het als kind geweldig vond, maar kijkt er nu wel met twijfel op terug en vraagt zich af in hoeveel fotoalbums hij is terug te vinden. We lachen er met elkaar om en Knowledge zegt: weetje, tijden zijn inmiddels ook veranderd en er komt steeds meer bewustzijn maar het blijft iets bijzonders.
Ook vertelt hij dat hij economie gestudeerd heeft aan de universiteit en graag als bedrijfsmanager aan de slag zou willen. Helaas zijn er niet veel mogelijkheden momenteel. Hij is dankbaar met zijn baan op de camping, maar: “er zit meer in mijn mars”. Knowledge is ongeveer net zo oud als wij en begint vol enthousiasme over zijn side hustle als artiest. Hij maakt kunstwerken op muren uit cement. Hij is bezig met een businessplan en gaat het binnenkort voorleggen bij de eigenaar van de camping. Mooie gesprekken die ons doen beseffen in wat een bevoorrechte positie wij ons bevinden. Hoeveel kansen wij hebben en hebben gekregen. Tegelijkertijd is het ook confronterend: wij zeggen met onze opleidingsachtergronden onze banen op met de kennis dat we waarschijnlijk zo weer aan de slag kunnen in Nederland. Iets wat we niet vergeten uit het gesprek is de uitspraak van Knowledge: “pak wat je pakken kan en ga er volle bak voor!”
Ondertussen begint Maun een thuis voor ons te worden. We zijn niet vaak onder de indruk van Afrikaanse steden, maar het is een heerlijk gemoedelijk ‘stadje’. We voelen ons er thuis. Dicht bij de natuur en met goede voorzieningen.




Onderweg verder omhoog en een zwemfeestje in de rivier
Na een werkweek vervolgen we onze weg in noordelijke richting. De volgende stops zijn: Khwai, de Okavango Delta en Chobe National Park. Wij hebben al vaker gehoord dat alle campings hier lang van tevoren vol zitten en dat je vooraf moet plannen. Dat hebben wij natuurlijk niet gedaan en daarom stappen we wat kantoortjes binnen in Maun en bemachtigen we toch de benodigde camping spots. Na 20 minuten rijden vanuit Maun gaat de asfaltweg over in zand, hard zand of zogenaamde ‘washboard roads’: harde zand heuveltjes waarover je niet harder dan 30 km/uur wilt rijden. We laten onze banden goed leeglopen en arriveren na drie uurtjes aan in het natuurgebied van Khwai. Dit is geen nationaal park, maar het is wel een prachtig stuk natuur waar alle wilde dieren te vinden zijn.
De camping is weer midden in de natuur en wordt gerund door de lokale community. Met zo’n 10 kampeerplekken die een heel stuk uit elkaar liggen is het een leuk sfeertje. Er is een douchehok en vanwege de dieren moet je daar in het donker met de auto naar toe. Khwai is echt prachtig en de hele nacht kun je de olifanten horen trompetteren in het nabijgelegen water en hoor je de leeuwen brullen. Daarnaast horen we constant olifanten en nijlpaarden in de rivier spelen, een waar zwemfeestje. Wij zitten er hoog en droog in onze daktent van te genieten.
De dagen in Khwai rijden we rond in de omgeving en zien we leeuwen, olifanten, nijlpaarden, zebra’s en giraffen. Het is echt prachtig en dat allemaal in de vrije natuur zonder hekken en toegangspoorten.







Mokoro
Bij een nabijgelegen lodge boeken we ook nog een ‘mokoro trip’. De Mokoro is een soort houten kano waar de lokale mensen mee het water op gaan. Het is adembenemend mooi en weer een hele ervaring als er olifanten in het water voor ons staan en we nijlpaarden tegen komen. Onze gids Rex is ontzettend enthousiast, vaart als sinds zijn 6e in een Mokoro en vertelt ons constant feitjes over de omgeving, Botswana en de dieren.




Chobe National Park
Na Khwai rijden we door richting Chobe National Park. Via Instagram hebben we avonturen van anderen gevolgd en gezien dat hier een aantal weken geleden nog heel veel water lag. En na onze vorige avonturen hebben we niet zoveel zin weer met onze auto door het water te moeten. Gelukkig is alles ondertussen opgedroogd. We rijden de ochtend door het park en het is prachtig en zien van allerlei dieren. We slapen op een bush camping in Savuti, een gebied in het park. De voorzieningen zijn weer hetzelfde als in Khwai, maar hier mag je ook overdag niet vrij rondlopen; ‘this is lion land’, ofwel je weet nooit of er een leeuw in de bosjes zit. In de middag gaan we weer rondrijden en we zien prachtige leeuwen. Nadat we doorhebben dat we de safari auto’s moeten volgens als ze ergens met een bloedgang heen rijden, staan we zelf oog in oog met een luipaard. Hij verdwijnt zo snel dat we er amper een foto van kunnen maken, maar dit betekent wel dat ook Suzanne inmiddels de big five gezien heeft. Wat een prachtig indrukwekkend dier.



Na Savuti rijden we over zanderige wegen terug het park uit. De weg richting de eerstvolgende stad Kasane is prachtig. We zien weer kuddes olifanten en krijgen zicht op de Chobe rivier, wat maakt dat de omgeving een stuk groener is.
Kasane en Chobe River
Onze laatste dagen in Botswana brengen we door in Kasane, een stadje vlakbij de grens met Zambia, Zimbabwe, Namibië en Zambia. Voor het eerst in vier weken boeken we een guesthouse en slapen we drie nachten niet in onze daktent. Op een van de namiddagen sluiten we af met een boottocht met zonsondergang. Lekker toeristisch met een groep (gepensioneerden) toeristen. Dat blijkt nog een goede keuze, want we zien heel veel olifanten, die zelfs voor ons in de rivier staan en we zien minstens tien krokodillen. Opnieuw zo’n indrukwekkend dier.
Weetje: Olifanten zijn erg goede zwemmers. Ze gebruiken al hun vier poten om vooruit te komen, blijven drijven dankzij hun enorme lichaamsvolume, en gebruiken hun slurf als ingebouwde snorkel om onder water adem te halen.







Op de foto’s lijkt het er wellicht op dat we midden in de bush zitten, dat is deels ook zo maar 10 minuten nadat we het bootje weer uit stappen hebben we onze bestelde pizza in het stadje opgehaald en rijden we naar onze guest house. Dat is het mooie aan Botswana, de natuur en de bewoonde wereld lopen naadloos in elkaar over. Tijd voor het volgende hoofdstuk: Zambia.